De Glymf

We hebben er allemaal een: zo’n stem van binnen waardoor je eigenlijk best weet wat goed voor je is. Ik luister er niet altijd naar, want ik ben nou eenmaal eigenwijs, maar nu ik wat ouder ben weet ik dat die stem mijn innerlijke wijsheid is. Of, poëtischer, de stem van mijn hart. De wijsheid komt met de jaren is een gezegde dat daarom geen recht doet aan wat er binnenin ons lichaam gebeurt. Die wijsheid is er altijd al, maar pas door levenservaring op te doen krijgt die de kans zich te ontwikkelen.
En dát nu is het werk van de Glymf. Die heeft als het ware onze wijsheid in pacht.
De Glymf is een klein wezen dat die innerlijke stem in ons bestuurt en hij heeft het beste met ons voor. Zijn werk is eenvoudig zolang we ons ervoor openstellen. Hij wordt pas dominant als we hem negeren. Dat varieert van harder praten tot drastischer maatregelen, zoals in mijn geval. De Glymf is niet stoffelijk, maar manifesteert zich in verschillende vormen zoals een impuls, een plotselinge gedachte,  of een opgeheven vingertje om er een paar te noemen. Sommigen ervaren hem ook als angsthaas of als zeurkous. Hij bezit het vermogen om zichzelf zichtbaar te maken, maar doet dat zelden.
De Glymf heeft vrijaf als wij slapen. Dat is de tijd dat hij samenkomt met zijn medeglymfen. Ze rusten uit, laden zich op door te lachen om onze stommiteiten en overleggen over de meest nijpende situaties die ze die dag zijn tegengekomen. De echt serieuze kwesties, zeg maar. Tegen de tijd dat je wakker wordt, is de Glymf weer terug en heb je niet gemerkt dat hij weggeweest is. Sterker nog je bent je sowieso niet van zijn aanwezigheid bewust. Vandaar het begrip onderbewustzijn, want dat is waar de Glymf zetelt.
De tegenpool van de Glymf is de Catan. Een gemakzuchtig en ietwat onverschillig wezen dat ondanks deze eigenschappen soms van groot nut is.  Zolang ik in balans ben, co-existeren deze twee vreedzaam. Ben ik uit balans dan zal de Catan regelmatig proberen het werk van de Glymf te dwarsbomen, of zelfs onmogelijk te maken. Wanneer dat dreigt te gaan lukken, moet de Glymf dus met grover geschut komen. Ooit liep mijn ziel een lelijke schaafwond op, waardoor ik lang dacht dat ik niet goed genoeg was. In mijn pogingen om niet meer gekwetst te worden kreeg de Catan in mij volop de ruimte. Er moest vooral veel gelachen worden. Zijn wil was wet en ik vond dat hij gelijk had. Zijn motto was: wees betrouwbaar, maar vertrouw niemand. Tegelijkertijd ontwikkelde ik de overtuiging: zolang ik maar hard genoeg werk zal ik de waardering krijgen die ik verdien. Jarenlang bleef ik geloven dat de erkenning op deze manier ooit tot me zou komen. Totdat ik op een zaterdagochtend met hartkloppingen op de rand van het bad zat en niet bij machte was om die te stoppen. De herinnering aan wat er toen gebeurde is nog zó levendig dat ik het gevoel vandaag weer kan oproepen:

Als mijn hart na een paar minuten weer tot rust komt zie ik een piepklein mannetje wijdbeens op het toiletdeksel staan met zijn handen in zijn zij. “Gaat het?” Zonder mijn antwoord af te wachten zegt hij: “Dat dacht ik al, het wordt tijd voor verandering, vind je zelf ook glymfniet?” Ik zwijg afwachtend. Niet vanwege het ongewone van de situatie, maar omdat ik er op de een of andere manier van overtuigd ben dat dit kleine wezen voor die verandering komt zorgen. Kordaat neemt hij de leiding: “Ga slapen, ik kom je straks halen, je gaat met mij mee.” De controlfreak en de pleaser in mij strijden om voorrang: “Hoe laat kom je dan en waar gaan we naar toe en hoe weet ik dat je er bent, je kunt niet bij de bel, hoe kom je binnen dan?” Met een blik die geen tegenspraak duldt legt hij zijn vinger tegen zijn mond en verdwijnt. Ik sleep me terug naar de slaapkamer maar hij is echt weg. Pas als ik weer in bed lig realiseer ik me dat ik niet eens gevraagd heb wie hij is. Mijn Catan probeert verwoed terrein terug te winnen en zegt: “Ja hoor, in de naam van je bazen, je geld en je verwarde geest! Je gaat toch zeker niet met dat losertje mee? Laat ‘m toch kletsen!”
De diepe slaap waarin ik wegzak wordt pas beëindigd omdat een primaire lichaamsfunctie om aandacht vraagt. Zittend op het toilet, kijk ik verdwaasd naar het digitale klokje op de wasmachine. De tijd klopt, het is avond en het voelt alsof ik de hele dag geslapen heb, maar wie heeft de datum verzet?  “Ik”, zegt een stemmetje op de rand van de wastafel. “Je bent niet gek, het is inderdaad zondagavond. Hoe voel je je?” Gewoontegetrouw zeg ik: “Goed, ja goed.”
“En, hoe vond je ons tripje? Heb je er iets van opgestoken?”
Huh? Tripje? Ik ben nog aan het wakker worden en probeer me te herinneren wat ik gedroomd heb. Knikkend moedigt hij me aan: “Ja….ja…..ja……..en?
Zoals een droom tijdens je remslaap slechts luttele seconden duurt, zo trekt de herinnering eraan in korte tijd aan me voorbij: Een groot gezelschap Glymfen bij elkaar, opvallend rustig, ze observeren me terwijl ik op een groot scherm mijn toekomst bekijk. Wat ik zie bevalt me. Ik draag mooie kleding, ben superslank en zie mezelf druk aan het werk. Ah, gelukkig! ik kan dus straks weer gewoon aan het werk. Als de slotscène bevriest op het scherm, slaat de schrik me om het hart. Daar lig ik, gevloerd in mijn Versace en de hooggehakte Louboutins. Naast mij zitten twee ambulanciers nee te knikken naar de mensen die eromheen staan. Ik zie meewarige blikken, hier en daar een hand voor de mond en langzaam dringt het tot me door dat ik dus doodga, de vraag is alleen wanneer….? Mijn Glymf vult koeltjes aan: “Hooguit een jaar……”
Minutenlang zit ik roerloos voor me uit te staren en voor het eerst in jaren voel ik emoties die ik zo lang onderdrukt heb. De huilbui die loskomt werkt bevrijdend en brengt me bij een belangrijk inzicht: Het is inderdaad tijd voor verandering. Het roer moet om. Nee, het roer gáát om! Mijn huis op La Palma staat al veel te lang leeg en wat moet ik met al mijn geld als ik alleen maar werk?! Lula en José zullen het heerlijk vinden om me te zien, ik verheug me op hun hartelijkheid en hun eenvoudige leven. Geiten hoeden, kaas maken, picknicken op de rand van de Caldera, kruiden oogsten in de natuur…
Als ik opkijk zie ik de Glymf nog altijd roerloos op de rand van de wastafel zitten. “Dankjewel” prevel ik ontroerd. Hij knijpt zijn beide ogen even goedkeurend dicht en verdwijnt dan: “Je hoort me nog wel!”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s